 |
De
Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel,
“Werkspoor Amsterdam”, leverde voor een bedrag van ƒ 18.500
dieselmotor nr. 353 met een centrifugaalpomp.
Voor de aan- en afvoerleidingen kwam hier nog ƒ 3.750 bij.
De motor is werkelijk één gigantische bonk
stoer gietijzer. De voor die tijd een zeer moderne motor had het
vermogen van een moderne, kleine personenauto, maar ook de
omvang.
Motor
Het
motorblok is ca. drie meter hoog en om de kop van de dieselmotor
moest een loopbrug worden gebouwd om de kleppen goed te kunnen
inspecteren en te smeren.
Het is een één cilinder A-frame dieselmotor en je kijkt er dwars
doorheen. Een echt carter en motorblok, zoals bij een moderne
verbrandings-motor, is er niet.
De drijfstang doet zijn werk in het zicht.
De motor heeft een boring van 560 en een slag van 400 mm en
draait met ca. 260 omwentelingen/min; het vermogen is ca. 50 PK.
Het vliegwiel, dat voor de rustige loop van de motor zorgt,
heeft een diameter van ruim 2 m en een eigen gewicht van meer
dan 5.000 kg.
Uitleg over de werking van dit soort motoren is te vinden op de
website van het
Machinemuseum in Zwolle.
De motor wordt gekoeld met water ‘uit de sloot’. Het stroomt,
vanuit een koelwatervat, langs de cilinderwand, door de motor
naar het polderwater. Een pomp, aangedreven door de krukas,
voert koel polderwater naar het koelwatervat en houdt dat op
peil.
Het grote voordeel ten opzichte van de molen was, dat de motor
kon worden aangezet als het waterpeil in de polder daar om
vroeg. Nadeel voor de machinist was dat dat overdag, maar ook ‘s
nachts kon zijn.
De motor heeft van 1913 tot 1942 naar behoren zijn werk gedaan.
Werkspoor heeft dat ook enkele malen van het polderbestuur
bevestigd gekregen.
De elektromotor die in het oorlogsjaar 1942 de motor - vanwege
beperking van het ruwolieverbruik – verving, heeft daarna nog
zo’n 50 jaar de centrifugaalpomp aangedreven.
Ruimtebeslag
De
motor met toebehoren beslaat ongeveer de helft van het
gemaalgebouw. Van de andere helft wordt een deel in beslag
genomen door de centrifugaalpomp en de vacuüminstallatie voor de
pomp. Op flinke hoogte hangt het koelwatervat aan de muur.
Naast een compressor en opslagtanks voor lucht, is er ook een
flinke voorraad dieselolie in opslag- en dagtank aanwezig.
Achter het gemaal staat een dubbele olietank waar in totaal 50
ton ruwolie in kan.
Alles staat met een ingewikkeld leidingenstelsel in verbinding
met de motor. Daarin zitten ook de nodige meters om alles in de
gaten te houden. De knalpot zit aan de buitenzijde van het
gemaal. De rest van de ruimte was werkruimte voor de machinist,
met werkbank en werkkast.
Pomp
Aan de motor is een centrifugaalpomp gekoppeld die gelijktijdig
met de motor door Werkspoor Amsterdam is geleverd en geplaatst.
Deze gietijzeren pomp heeft een capaciteit van 104 m3/min, bij
een opvoerhoogte van 2,2 m. Het water wordt aangezogen vanuit de
polder en stroomt via een lange buis naar het boezemwater De
Waver.
De smeedijzeren verbindingsas tussen motor en pomp, het
verlengde van de krukas, drijft via een lederen riem een
vacuümpomp aan. Daarmee wordt water aangezogen om de pomp te
vullen. Pas daarna kan worden begonnen met uitmalen.
Opstarten
Voor het opstarten van de grote dieselmotor komt nogal wat
kijken.
Eerst moet met de handspaak het forse vliegwiel, en daarmee de
zuiger, op stand worden gezet (getornd). Daarna moet een
luchtmotor (werkend op samengeperste lucht) het gewicht van
zuiger en kleppen in beweging brengen. Er is natuurlijk maar
een
beperkte hoeveelheid lucht, dus het is mooi als dat in één of
twee keer lukt. Bij draaiende motor brengt de compressor,
aangedreven door de krukas, de luchtvaten weer op druk. Dat
geldt ook voor het luchtvat dat zorgt voor de verstuiving van de
dieselolie in cilinder van de motor.
Als de motor loopt, kan met de vacuümpomp het water in de pomp
omhoog worden gezogen, tot deze is gevuld. Pas als de
centrifugaalpomp gevuld met water draait, begint de motor aan
zijn eigenlijke werk. De vacuümpomp komt dan in een
vrijloopstand.

|
|
 |