 |
Voor het ontwerp van het gemaal en de machinistenwoning werd een
beroep gedaan op W.C. en K. de Wit, ingenieurs te
Amsterdam. Zij hadden al verscheidene ontwerpen voor gemalen
in Noord-Holland op hun naam staan, in een stijl bekend als
de ‘sobere waterschapsstijl’.
Gemaalgebouw
Voor de fundering werd gedeeltelijk gebruik gemaakt van de oude
houten fundering van de molen. Voorts werd een aantal nieuwe
houten palen van zo’n 11 meter bijgeheid. Om scheurvorming door
trillingen te voorkomen werden de muren van het gebouw en het
zwaar gemetselde blok waarop de motor met pomp stond
afzonderlijk gefundeerd.
Voor het bouwen van het gemaal schreven 11 aannemers in. Het
werk werd gegund aan de laagste inschrijvers: A. Olijhoek te
Nieuwer-Amstel en J. Saras te Oude Wetering, voor een aanneemsom
van ƒ 13.013,13.
Later, in 1942, is vanwege de elektrificatie nog een
transformatorhuisje tegen het gemaal gebouwd.
|
 |
 |
 |
Machinistenwoning
De bouw van de machinistenwoning werd opgedragen aan
timmerman-aannemer Joh.Kempers te Ouder Amstel (Stokkelaarsbrug)
voor een aanneemsom van ƒ 2.950. Kempers
kreeg tevens opdracht in de gang van de woning een extra
‘privaat’ te bouwen, als gerief voor het vergaderende
polderbestuur.
Om het geheel van gemaal en woning te financieren heeft het
polder-bestuur destijds een lening van ƒ 33.000 moeten sluiten.


|
|
 |