Polderbemaling 36 molensDoor de ontwatering zakte het maaiveld, als gevolg van inklinking, met 5-8 millimeter per jaar. De polder ligt nu ongeveer twee meter onder het waterniveau van de omringende riviertjes en moet dus worden bemalen.

Molens
De eerste bemaling gebeurde door kleine molentjes die het teveel aan water uitsloegen op de omringende riviertjes. Begin 1600 bedroeg het aantal windmolentjes 36.
WavermolenIn 1637 kwamen daar 3 grote, achtkante windmolens met schepraderen voor in de plaats. Eén in het noorden bij Ouderkerk aan de Amstel, één in het westen bij Nes aan de Amstel en één in het oosten. Ze sloegen uit op resp. de Bullewijk, de Amstel en de Waver. Het kort daarvoor ingestelde polderbestuur had het beheer over de molens, de poldersloten en de weteringen, de dijken en de kades en de weg over de omringdijk.

Ronde Hoep 1848In de 19e eeuw was de bodem zover gezakt dat de schepraderen van de molens het polderwater nauwelijks meer konden oppakken. De schepraderen stonden droog! Een commissie onderzocht in 1866 drie mogelijkheden voor een oplossing:
- reconstructie en verdieping van de schepraderen,
- vervanging van schepraderen door vijzels of
- vervanging van alle drie molens door één stoomgemaal.

Verdieping van de schepraderen was maar zeer beperkt mogelijk en viel af. Op basis van een prijsverschil van 425 gulden per jaar werd gekozen voor aanpassing van de Waver- en de Nessermolen, met vijzels in plaats van schepraderen. Deze wijziging werd in 1868 gerealiseerd, de watergangen werden verbreed en verdiept, zodat overtollig water wat gemakkelijker bij de twee overgebleven molens kon komen. Voor alle zekerheid werd de Bullewijkermolen nog wel even aangehouden, maar in 1871 verkocht en vervolgens gesloopt.

Stoom of diesel?
Oude gemaal de Ronde Hoep (1950)Zo'n vijftig jaar later waren de molens nog in goede staat, maar werd de afhankelijkheid van de wind voor de bemaling steeds minder geaccepteerd. Na een lange periode van hoog water in de polder vond men het tijd te kiezen voor iets anders.
Een stoommachine was een betrouwbaar alternatief voor de molens. Nadelen waren het hoge kolenverbruik, de lange opstarttijd en het vele personeel, nodig om een stoommachine draaiende te kunnen houden. Andere alternatieven waren een zuiggasmotor en een dieselmotor. Deze motoren waren vanaf rond 1900 ontwikkeld, bleken ook betrouwbaar en hadden een relatief hoog rendement.

NessermolenBij een grondige vergelijking tussen een stoomgemaal en een dieselgemaal viel de uiteindelijke keus op de dieselmotor.
In 1913 werd de Wavermolen gesloopt en op die plek kwamen een nieuw dieselgemaal met centrifugaalpomp en een woning voor de machinist en zijn gezin.
De Nessermolen bleef nog twintig jaar in stand als reservebemaling. Toen, in 1934, werden wieken, kap en binnenwerk verwijderd.
De molenstomp bleef staan en wordt nog steeds bewoond.

Gemaal de Ronde HoepHet dieselgemaal was in gebruik van 1913 tot 1942. Toen werd de dieselmotor afgekoppeld en werd zijn taak overgenomen door een elektromotor. Wel bleef de centrifugaalpomp gehandhaafd.

In 1995 werd een geheel nieuw, volautomatisch gemaal gebouwd naast het oude gemaal. Dat werd daarmee in feite overbodig.









Kaart polder Ronde Hoep
Polder de Ronde Hoep Home
Polderbemaling Nieuws
Amstelland Sichting
Oude gemaal de Ronde Hoep Contact
Restauratie Sponsors
Nuttige links
Gerrit Pappot Stichting Oude gemaal de Ronde Hoep
Postbus 94370
1090 GJ Amsterdam
info@rondehoep.nl